UB40 is een reggae- en popgroep uit Birmingham, Groot-Brittanni. UB40 is opgericht in 1978. In de bijna 30 jaar van haar bestaan heeft de band verschillende grote hits gehad, waaronder meerdere nummer 1-noteringen, voornamelijk coverversies. De naam UB40 is ontleend aan een voormalig formulier van de Engelse sociale dienst om een werkloosheidsuitkering (Unemployment Benefit: UB) aan te vragen. De band heeft een sterk multicultureel karakter, zowel in de samenstelling als in de muziek. De bandleden zijn: James Brown (drums) Ali Campbell (gitaar, eerste zang) Robin Campbell (eerste gitaar, zang) Earl Falconer (basgitaar, zang) Norman Hassan (percussie, trombone), zang Brian Travers (saxofoon) Michael Virtue (keyboard) Terence "Astro" Wilson (percussie, trompet), zang 1978-1988 De band koopt z'n eerste instrumenten van een schadevergoeding die Ali Campbell heeft gekregen nadat hij tijdens een vechtpartij in een caf z'n linkeroog bijna verloor. Op 8 februari 1979 hebben de Joebies hun eerste optreden op een verjaardagsfeest in een lokale kroeg (de Hare & Hounds). Astro maakt dan nog geen deel uit van de band; hij is slechts degene die de band aankondigt en af en toe meetoast. Het publiek is hier zo van onder de indruk dat Astro een vaste plek krijgt. UB40 staat regelmatig in het voorprogramma van stad/streekgenoten The Beat en The Selecter, waardoor de pers automatisch aanneemt dat dit de volgende band gaat worden op het 2 Tone-label van Specials-brein Jerry Dammers. UB40 wil echter niets te maken hebben met de skagolf ("Pure nostalgie") en tekent een contract bij Graduate alvorens een eigen label (DEP International) te starten. Begin 1980 verschijnt hun debuutsingle King/Food For Thought. UB40 gaat op tournee met de Pretenders. Op hun debuutalbum Signing Off (1980) snijdt UB40 onderwerpen aan als racisme en werkloosheid, maar is er ook ruimte voor instrumentale nummers en ze coveren I Think It's Going To Rain Today van Randy Newman, de singer-songwriter uit Birmingham, Alabama. Als bijsluiter is er een 12 inch bestaande uit Madame Medusa (een aanklacht tegen Thatcher), Strange Fruit en Reefer Madness. Deze nummers zullen in 1981 samen met onder andere King/Food For Thought en The Earth Dies Screaming worden gebundeld op The UB 40 File. Van hun tweede album Present Arms (1981) is een dubversie gemaakt. Het titelnummer en de single One In Ten zijn samen met Food For Thought vaste waarden in de set. Als de Pretenders voor Pinkpop afzeggen komt UB40 te midden van een Engelse tournee even overvliegen. Aan het eind van de dag (8 juni 1981) jammen ze met Ian Dury & The Blockheads en Madness met wie ze goed bevriend zijn. In 1982, het jaar waarin UB 44 verschijnt, toert de band door Afrika. In oktober is Nederland aan de beurt en neemt het programma Countdown een concert op dat begin 1983 wordt uitgezonden. Food For Thought haalt dan in een live-uitvoering de Nederlandse top 40. Met het coversalbum Labour Of Love beleeft UB40 de grote doorbraak. De eerste single Red Red Wine wordt in september 1983 een nummer 1-hit en laat daarbij Madness achter zich. De overige singles op dit album zijn Please Don't Make Me Cry, Many Rivers To Cross en Cherry Oh Baby. In april 1984 is de band in Nederland voor concerten en krijgt goud voor Labour Of Love. Geffery Morgan Loves White Girls (1984) staat weer vol eigen werk; het anti-Thatcher nummer If It Happens Again wordt in september Alarmschijf. Temidden van de Engelse Kersttournee verleent Ali Campbell zijn medewerking aan de benefietsingle Starvation, waarop ook (ex) leden van Madness, The Specials and The Beat te horen zijn. Omdat het niet dezelfde successen haalt als Band Aid doneert UB40, als pleister op de wonde, de opbrengsten van de Afrikaanse tournee. In 1985 staat de band op Live Aid en zingt samen met Chrissie Hynde de Sonny & Cher cover I Got You Babe naar de eerste plaats. Het album Baggariddim levert de hit Don't Break My Heart op. De anti-apartheidsingle Sing Our Own Song wordt in de zomer van 1986 een nummer 1-hit. Later dat jaar verschijnt het album Rat In The Kitchen (waarvan het door Astro gezongen titelnummer eveneens z'n weg naar de hitlijsten weet te vinden) en gaat UB40 naar Rusland om er een concert te filmen. Geen nieuwe plaat in 1987, wel een Best Of en de van een wildwestclip voorziene single Maybe Tomorrow. In 1988 scoort UB40 met samenwerkingsverbanden; Reckless met Afrika Bambaata en Breakfast In Bed met, wederom, Chrissie Hynde. De promotie van het titelloze album wordt zonder Earl Falconer gedaan; hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens het veroorzaken van een aanrijding waarbij z'n broer Pablo het leven verloor. 1989-2000 In 1989 verschijnt de tweede Labour Of Love, maar ondertussen heeft de pers genoeg van UB40. 'UB40 is het gevoel voor messcherpe teksten kwijtgeraakt' luidt een veelgehoord en onterecht verwijt, en ook de reggaepurist heeft weinig goeds te zeggen over de boys from Birmingham. Dat het publiek zich hier niet door laat benvloeden bewijst het feit dat van Labour Of Love II ruim zeven singles worden getrokken. Here I Am (Come and Take Me) en de nummer 1-hit Kingston Town behoren tot de live-favorieten. In 1990 duikt de band de studio in met Robert Palmer om nummers op te nemen voor diens album Don't Explain. I'll Be Your Baby Tonight wordt een hit. Pas in 1993 komt er weer nieuw werk van UB40; Promises & Lies gaat over de beloftes en leugens uit de Thatcher-jaren. De grootste hit die dit album voortbrengt is, naar goed gebruik, een cover; Can't Help Falling In Love. In 1994 staat er weer een samenwerkingsverband in de hitlijsten. Samen met Pato Banton neemt UB40 de Equals-cover Baby Come Back onder handen. In 1995 brengt Ali Campbell op z'n eigen platenlabel (Kuff Records, later omgedoopt tot Oracabessa) een solo-album uit met opgespaard restmateriaal. Ondanks dat er twee singles van uitkomen weigert hij het te promoten. Datzelfde jaar nog verschijnt er van een tweede Best Of UB 40 die de afgelopen zeven jaar beslaat. Hoewel er twee nieuwe nummers op staan (Superstition van Stevie Wonder en Until My Dying Day) vindt de pers het totaal overbodig. De echte opvolger van Promises & Lies komt in 1997. "Young guns don't grow old" waarschuwt Ali Campbell in het titelnummer van Guns In The Ghetto. De eerste single van dit album is Tell Me Is It True. In 1998 verschijnt UB 40 Present The Dancehall Album waarop diverse artiesten uit het genre te horen zijn. Datzelfde jaar wordt de Labour Of Love-trilogie voltooid. Holly Holy, Come Back Darling en The Train Is Coming zijn de singles maar het tijdperk van de grote hits is voorbij. Op het podium wordt echter nog wel gescoord, en in april 1999 komt de band naar Nederland voor twee uitverkochte Ahoy-concerten. Bridget Maasland interviewt Ali Campbell en Brian Travers voor TMF. Een paar maanden later is UB -40 weer in Nederland voor een openluchtconcert. In november 2000 is UB40 de hoofdact op Night of the Proms, een gelegenheid om de nieuwe Best Of en de Doors-cover Light My Fire te promoten. 2001-nu In 2001 viert de band haar 21-jarig platenjubileum met een thuisconcert in de McDOS Goffertstadion. Daarna vindt er een wereldtournee plaats ter promotie van het nieuwe album Cover Up (waarvan het titelnummer in opdracht van de VN is geschreven); de Pretenders gaan ook mee, alleen zijn de rollen ditmaal omgedraaid . Op 1 december geeft UB40 een Wereld AIDS Dag-concert in Spanje. Na vier jaar in de planning verschijnt in 2002 UB 40 Present The Fathers Of Reggae waarop klassiekers van de band opnieuw worden ingezongen door reggae-veteranen. Een soort omgekeerd Labour Of Love zoals een Engels muziekblad opmerkt. Datzelfde jaar geeft UB40 een concert op het Montreux Jazz Festival dat nu op dvd uit is. In 2003 komt er weer nieuw materiaal uit, Homegrown; in december komen de heren naar Nederland om de dvd Homegrown In Holland op te nemen tijdens de drie Kerstconcerten in de Ahoy. De buitenlandse koper wordt er op de hoestekst nogmaals aan herinnerd dat Nederland UB40 in de armen heeft gesloten. Maar in 2005, het jaar waarin Who You Fightin' For ? verschijnt beweert de bijlage van een Engelse krant dat de Joebies, die op de Caraben werden genterviewd, in eigen land in de vergetelheid dreigt te raken. In juli 2007 toert UB40 door Zuid-Afrika en geeft daarbij op 07-07-07 acte de presence op Live Earth. De beide Best Off's zijn nu verzameld op The Dutch Collection. Eind november, begin december 2007 speelt UB40 driemaal in een uitverkocht Ahoy en in Apeldoorn. Ali Campbell heeft een tweede solo-album (Running Free) uitgebracht waarop hij o.a. hulp krijgt van Robin, Lily Allen en Katie Melua. Met Mick Hucknall waagt hij zich aan de Smokey Robinson-hit Being With You. Op hun website meldt de groep dat zij verwachten hun volgende studio-album met de titel 24/7 in maart 2008 zullen uitbrengen. Op 25 januari 2008 wordt bekend dat Ali Campbell uit de band stapt en zich richt op zijn solocarrire. De laatste optredens met Campbell zullen in februari 2008 zijn. In 2008 verliet ook toetsenist Michael Virtue de band. Er gaan geruchten dat Robin Campbell Ali zal vervangen als leadzanger, en dat Duncan Campbell, de oudere broer van Ali en Robin, de rol van Robin zal overnemen. [bron?]
(Less)